Tennis Trivia van Waldo

Trivia

Wie weet het meest van tennis? Test nu jouw tenniskennis met de onderstaande tennisweetjes van onze trainer Waldo. Stuur deze lijst vooral door naar al jouw teamgenoten en kijk wie van jullie het meest weet!

1. Niet het hele net telt mee.
Veel leerlingen weten (hopelijk): ik mag het net niet raken tijdens de rally. Dat klopt in principe ook, maar in een enkelspel bepalen de aangebrachte enkelspelpalen waar het net eindigt en waar het begint. Dus niet de vaste netpalen. In het dubbelspel telt de vaste netpaal om aan te geven waar het net eindigt.                                                               

2. Scorebord geraakt door de bal, mag dat?
In de gevallen waarbij het scorebord is vastgemaakt aan het net spelen veel tennissers door als de bal via het scorebord nog in valt. Die bal is echter gewoon fout! Het is namelijk hetzelfde als wanneer de bal de scheidsrechtersstoel raakt of een lichtmast, die bal is dan formeel uit.

3. Gesprongen bespanningen, wat nu?
Dat zijn leuke situaties. Gebeurt het tijdens een rally, dan moet er altijd worden doorgespeeld. Slaat de serveerder zijn bespanning stuk bij het missen van een eerste opslag? Dan moet die speler gewoon zijn tweede service spelen. Slaat ontvanger bij de return op een gemiste eerste service zijn bespanning kapot en moet daarom een nieuw racket pakken? Dan mag de serveerder wel weer een eerste service slaan.                                                                                                        

4. Bal via de netpaal
Op Roland Garros wordt er gespeeld met een enkelspelnet, waardoor de netpaal de rol van het enkelspelpaaltje, dat wij bij onze tennisclubs neerzetten, overneemt. De regel is dat het enkelspelpaaltje geraakt mag worden tijdens de rally, maar de vaste netpaal niet. Die bevindt zich buiten het officiële gedeelte van het net. Om die reden mag je dan ook een bal slaan via het gat tussen de vaste netpaal en het net, mits er met enkelspelpaaltjes gespeeld wordt. Of zelfs buiten de netpalen om en dan lager dan het net.                                                                                                                 

5. Zacht is niet lek
Er wordt in spelregels onderscheid gemaakt tussen een zachte en een lekke bal. Als aan het eind van een rally blijkt dat een bal zacht is, dan zal deze vervangen moeten worden door een bal van gelijkwaardige kwaliteit. Géén nieuwe bal dus. Is een bal lek? Dan wordt het punt opnieuw gespeeld. Blijkt een bal zacht te zijn, dan telt het daarvoor gespeelde punt wel.                                                                                                          

6. Let, of niet?
Spelers weten vaak niet wanneer ze een let moeten spelen bij gebeurtenissen tijdens het serveren. Komt er bijvoorbeeld een bal inrollen van een andere baan, dan leidt dit na een gemiste eerste opslag niet tot een let. Dit is alleen het geval als de serveerder al aan zijn serviceactie was begonnen en de bal had opgegooid. Let wel op, gebeurt dit tijdens een tweede service dan volgt er een let en dus een eerste service. Een ander voorbeeld: wanneer een speler een bal via het enkelspelpaaltje toch in serveert, dan wordt er geen let gespeeld, maar is de service fout. Tijdens een rally mag de bal wel via het enkelspelpaaltje worden ingeslagen.                                                                               

7. Dempers niet overal toegestaan
Heel veel spelers spelen met een demper die in het patroon van de gekruiste banen zit, oftewel in het ruitjespatroon van het racket. De demper mag echter alleen geplaatst worden in de buitenste rand van de bespanning. De reden hiervoor is dat je onnatuurlijke effecten kan creëren wanneer de demper bijvoorbeeld midden in je racket plaatst.

8. Daar gaat mijn pet. Wat nu?
Wanneer een speler zijn pet verliest tijdens een rally, dan valt dit onder de noemer hinder. Net zoals dat een bal uit je broekzak of rokje valt. De eerste keer dat dit gebeurt wordt dit nog beoordeeld als onopzettelijk hinder. Gebeurt dit twee keer of meer, dan is de speler in kwestie wel het punt kwijt.                                                                           

9. Racket altijd vasthouden
Hoe mooi het ook is als spelers hun racket naar de bal gooien en daarmee nog contact weten te maken, je moet altijd je racket vast hebben op het moment dat je een bal slaat.

10. Bal op bal
Meestal zal een tegenstander een bal die op zijn speelhelft ligt voor aanvang van het volgende punt weghalen uit veiligheidsoverwegingen (zodat hij/zij er niet over kan vallen) of zodat het niet stoort tijdens de rally. Maar dit is wel een leuke: mocht het in een rally gebeuren dat een bal op een andere bal stuitert, dan spelen we in principe gewoon verder. Zolang we maar zeker weten dat de opgesprongen bal de bal is waarmee we al aan het spelen waren. Zelf heb ik het één keer meegemaakt maar normaal valt het spel wel dood als een bal op een andere bal stuitert. Het geldt in dat geval gewoon als een winnend punt.

11.Over het net hangen
Als een speler de trukendoos opengooit en een bal met zoveel tegeneffect speelt dat deze weer terug stuitert naar zijn helft (dit kan ook gebeuren door harde wind), dan mag zijn tegenstander over het net reiken om de bal de spelen. Het mooiste is dan natuurlijk als deze speler de bal dan, hangend over het net, zachtjes in het net bij de tegenstander legt (dat mag dus!!). Let wel dat je het net zelf nooit mag aanraken.Met uitzondering van deze voorgaande situatie is het niet toegestaan om de bal op de helft van de tegenstander te raken. Met je uitzwaai mag je tijdens een normale rally wel over het net komen, als je de bal zelf maar op je eigen helft hebt geraakt en mits je de tegenstander hiermee niet hindert bij het terugslaan van de volgende bal.                                            

12. Oh, de bal is toch in
Stel Pietje geeft tijdens een rally een bal van Jantje uit. Bij nadere inspectie ziet hij echter dat de bal toch de lijn heeft geraakt. Een keer in een wedstrijd kan je je zo’n fout veroorloven. Beoordeelt Pietje echter een bal later nog een keer fout, dan is hij het punt kwijt. Uitzondering is natuurlijk wanneer Pietje zijn correctie maakt op een bal waar hij nooit bij had gekund. In dat geval verliest hij meteen dat punt. In het andere geval als je een bal in een reflex terugslaat maar onmiddellijk ziet dat hij uit was mag je deze call alsnog direct maken (dus niet na afloop van de rally).                                                                                

13.Wanneer maak je een voetfout?
Afgezien van het raken van de baseline of er overheen stappen, weten mensen niet altijd wanneer ze precies een voetfout maken. Zo mag je bij het serveren bijvoorbeeld niet in het verlengde staan van het midden markering, het streepje in het midden van de baseline. Aan de buitenkant mag je wel in het midden staan van de enkelspellijn (of de dubbelspellijn bij een dubbelspel) maar niet daarbuiten. Je mag dus in een enkelspel niet in het gebied achter de tramrails serveren. Dat kom je in de praktijk nog wel eens tegen.

14. Andere service regels:

  • Je mag altijd onderhands serveren. De regel is dat de bal direct uit de lucht moet worden geslagen. Je mag de bal dus niet eerst laten stuiteren. Als je een volledige servicebeweging maakt maar de bal mist dan telt dit als een servicepoging. Dus als dit gebeurt bij je 2e service is het een dubbele fout.     
  • Als de serveerder direct de ontvanger of de partner van de ontvanger raakt voordat de bal gestuit heeft wint de serveerder het punt omdat de bal altijd eerst dient te stuiteren. Daarom dien je een bal die de tegenstander duidelijk ver uitslaat ook nooit van ver achter de baseline voor de stuit op te vangen. Dan is het punt alsnog voor de tegenstander.

    Het is natuurlijk aan de speler zelf hoe zwaar je deze regels hanteert. Een voetfout van 30 cm bij een service van 60km/uur zal weinig voordeel geven maar bij een service van 180km/uur is dit wel degelijk het geval.
    Een kind dat in rood speelt en de bal eerst laat stuiten bij de opslag omdat het anders niet lukt moeten we niet erg vinden, hier staat het kunnen spelen duidelijk voorop.

Tennisrichtlijnen

Tennis is één van de weinige sporten waarbij op amateurniveau gespeeld wordt zonder scheidsrechter. Dit kan natuurlijk tot de nodige discussies leiden. Vandaar dat er een aantal richtlijnen zijn opgesteld voor het spelen van partijen zonder scheidsrechter. Als een partij wordt gespeeld zonder scheidsrechter dienen de spelers zich aan de volgende regels te houden:

  • Iedere speler is verantwoordelijk voor alle beslissingen aan zijn kant van het net.
  • De speler moet onmiddellijk nadat de bal de grond buiten de lijn heeft geraakt “uit” of “fout” roepen en wel zo luid dat de tegenstander het kan horen. Bij twijfel moet de speler zijn tegenstander het voordeel van de twijfel geven. Dit betekent dat - op banen waarop geen balafdruk is te zien - elke bal die niet met zekerheid “uit” kan worden gegeven, als “goed” moet worden beschouwd en dat het spel dus doorgaat.
  • Als een speler ten onrechte een bal “uit” geeft en zich dan realiseert dat de bal “in” was, moet het punt de eerste keer worden overgespeeld, tenzij de bal voor hem onbereikbaar was (een “scorend punt”), in welk geval het punt voor de tegenstander is. Bij elke volgende onterechte “uit” call verliest de betrokken speler het punt.
  • De serveerder moet, hoorbaar voor de tegenstander, vóór iedere eerste service de stand afroepen.

Voor partijen gespeeld op gravelbanen en op andere baansoorten, waarop balafdrukken zijn te zien, dienen de spelers zich, in aanvulling op het bovenstaande, te houden aan de volgende regels:

  •  Alleen de balafdruk van de laatste slag van een slagenwisseling mag worden gecontroleerd. Controleren van een balafdruk mag ook als een speler het spel onderbreekt maar in een reflex de bal nog heeft teruggeslagen.
  • Als een speler twijfelt aan de juistheid van een beslissing van zijn tegenstander kan hij hem vragen de balafdruk aan te wijzen. De speler mag dan naar de andere kant van het net gaan om die balafdruk te bekijken (dus niet om een andere balafdruk aan te wijzen!).
  • Als een speler de balafdruk uitveegt geeft hij daarmee aan dat het punt voor zijn tegenstander is.     
  • Als de speler een bal “uit” geeft, moet hij, onder normale omstandigheden, in staat zijn om de balafdruk aan te wijzen. Als een speler ten onrechte een bal “uit” geeft en zich dan realiseert dat de bal “in” was, verliest de speler die “uit” riep het punt.

Verder moeten we ervan uitgaan dat er eerlijk geteld wordt, we weten allemaal hoe moeilijk het is om de bal juist in te schatten dus een foutje is snel gemaakt. Ga er dan ook niet meteen vanuit dat er opzet in het spel is. Ben soepel en probeer er samen uit te komen.

Ik hoop jullie allemaal snel te zien!

Als de competitie door mocht gaan of je speelt de laddercompetitie (doen!!): of je nu wint of verliest……als je na de wedstrijd kunt zeggen dat je elke bal zo goed mogelijk naar de overkant hebt proberen te slaan mag je trots zijn op jezelf.

Take care,

Waldo

 

 

 

 

Trainingen Overzicht